Over Jente Posthuma

De teksten van Jente Posthuma zijn laconiek en licht. Ze probeert overal de humor van in te zien en door die lichtheid de zwaarte van dingen beter voelbaar te maken. Het is niet de bedoeling om iets pijnlijks weg te lachen, maar juist om dat pijnlijke tussen de regels te verstoppen.

door Ileen Rook

Mijn favoriete schrijfonderwerpen? Tot nu toe: familierelaties. Die lenen zich goed voor lachwekkende situaties en ellende.

Haar eerste gedicht schreef ze toen ze tien jaar oud was. Het ging over de watersnood van 1953 in Zeeland. Hoewel haar juf niet kon geloven dat ze dat zelf had geschreven, heeft ze daarna toch een heel boekje vol geschreven, met gedichten over haar goudvis, haar achterbuurjongen en de holocaust. Inmiddels typt ze op haar laptop de mooiste verhalen, waar ze prijzen voor wint en die je inmiddels in allerlei kranten en magazines kunt vinden. Ook heeft ze tot dusver drie boeken op haar naam staan.

Uit: Moet je horen, met illustraties van Enzo Pérès-Labourdette

In Amsterdam heb ik een werkkamer op de bovenste verdieping van een oud schoolgebouw, met een bureau en een bank. Van achter mijn bureau kijk ik uit op een plein met een grasveld waarop mensen hun hond uitlaten. In het begin zat ik daar vaak en kon ik precies zien wie de drollen van zijn hond opraapte en wie niet. Maar al gauw zat ik liever op de bank. Die luie werkhouding past beter bij me. Ik moet het gevoel hebben dat ik niet echt aan het werk ben, dan schrijf ik het gemakkelijkst.

Jente ziet schrijven als het creëren van de juiste omstandigheden waarin je de juiste concentratie vindt. Je moet er iedere dag opnieuw voor gaan zitten en ook blijven zitten. Ook als dat inhoudt dat je niet iedere dag evenveel kunt produceren. En óók als je eigenlijk veel liever een realityshow aan het bingen bent. Daar houdt ze ontzettend van. Weet je waar ze dan weer niet van houdt? De kleur limegroen! Toen de Albert Heijn allemaal limegroene plastic plantenpotten ging verkopen was ze dan ook erg ongelukkig.

Ik kom altijd erg langzaam op gang. Vaak kijk ik eerst een tijdje naar een slechte realityshow, of ik bedenk iets wat ik nodig heb, een jurk bijvoorbeeld, en ga daar dan online naar op zoek, tot ik me verschrikkelijk slecht voel over de tijd die ik heb verprutst. En dan begin ik. Inmiddels heb ik dat geaccepteerd als een deel van mijn routine.

Uit: Mijn lievelings, met illustraties van Claudie de Cleen

Vroeger wilde Jente ook best songteksten schrijven, hoewel dat meer hoorde bij de wens om heel goed te kunnen zingen. Het lijkt haar nog steeds heerlijk om haar mond open te doen en dat er dan enorm veel geweldig klinkend geluid uit vloeit.

Toen ik zes was, wilde ik de schrijver worden van het NOS-journaal en als dat niet lukte, dan achtergrondzangeres van Tina Turner. Ik had bescheiden ambities. Een boek schrijven leek me te ingewikkeld. Op mijn twaalfde wilde ik barpianist worden in Parijs en rond mijn achttiende wilde ik niks. Ik studeerde Literatuurwetenschap omdat ik van lezen hield. Na mijn studie ben ik voor kranten en tijdschriften gaan schrijven, voornamelijk lange interviews. Dat werden best goeie, persoonlijke interviews, en ik ontwikkelde een eigen stijl, maar het was elke keer een gedoe om ze te schrijven. De dagen dat ik eraan moest werken keek ik realityshows en vlak voor de deadline zat ik een hele nacht met hartkloppingen achter mijn computer. Op den duur werd dat wel vermoeiend. Maar als iemand zei: je zou ook níet kunnen schrijven, dan vond ik dat een idioot idee.

Inmiddels heb ik allang geen hartkloppingen meer – de realityshows kijk ik nog steeds, maar nu gedoseerd – en ik ben blij dat ik het schrijven niet heb opgegeven. Ik begrijp nu ook beter waarom ik het nodig heb. Voor mij is het een manier om aanwezig te zijn. Vroeger verstopte ik mezelf meer. Niet dat ik timide was, maar ik verborg mezelf wel, achter grapjes bijvoorbeeld, door mezelf weg te relativeren. Na het verschijnen van mijn eerste boek voelde ik me ineens meer in de wereld staan. Steviger, zonder weg te duiken.

Met schrijven zal ze nooit kunnen stoppen. Zo heeft ze ook al twee Kakkerlakjes op haar naam staan. Voor Moet je horen schreef ze een viertal zeer korte verhalen, over het thema voorlezen. Dit is geïllustreerd door Enzo Pérèz-Labourdette. Het tweede Kakkerlakje Mijn lievelings gaat over haar lievelingstrui, die haar beste vriendin is en door weer en wind met haar meegaat. Haar trui wordt prachtig vormgegeven door Claudie de Cleen.

Ik ben niet verliefd op mijn trui. Wel is ze mijn lievelings, maar dat is vriendschap, wij dragen elkaar.